Valkuilen in het werken met LHBT-jongeren

Het boekje Homo in de hooiberg. Handreiking voor het Sociaal Cultureel Werk beschrijft ervaringen met het opzetten van een lokale werkgroep voor homo-, lesbische en bi-jongeren in een kleine gemeente, Deurne. In het boekje staan ook een aantal valkuilen genoemd over het werken met deze doelgroep. Hieronder vind je ze.

Onzichtbare doelgroep
LHBT-jongeren zijn nog niet allemaal uit de kast. Daardoor kan het lijken alsof de doelgroep niet bestaat. Ook LHBT-jongeren zelf kunnen soms het gevoel hebben dat zij de enige zijn. Als volwassene kun je LHBT-jongeren uitleggen dat ze niet alleen zijn en hen ondersteunen en aanmoedigen om op zoek te gaan naar andere LHBT-jongeren.
Homoseksuele gevoelens bagatelliseren
Het komt nog steeds voor dat volwassenen tegen een LHBT-jongere zeggen dat zijn of haar gevoelens een ‘fase’ zijn die wel weer over gaat. Soms is dat waar, maar met een dergelijke uitspraak kun je makkelijk voorbij gaan aan de gevoelens van de betreffende jongere.

Professionals willen jongeren die onzeker zijn over hun gevoelens nogal eens ondersteunen door te stellen dat ze zich niet in een hokje moeten laten stoppen: ‘Wat maakt het nu uit of je jezelf “homo” noemt of niet?’ Ook dit klopt theoretisch gezien wel, maar voor onzekere jongeren die op zoek zijn naar duidelijke antwoorden, geeft dit advies weinig houvast. Voor hen betekent een expliciete zelfbenoeming op dat moment juist heel veel. Het is de kunst om een jongere aan de ene kant te steunen bij de acceptatie van zijn of haar gevoelens, en aan de andere kant hem of haar de ruimte te bieden om van gedachten te veranderen.

Te veel meegaan in angst
De angst van LHBT-jongeren voor de gevolgen van een coming out kan groot zijn. Dit geldt vooral als een jongere zich niet kan voorstellen hoe anderen zullen reageren. Van belang is om als volwassene het hoofd koel te houden. Als iemand bang is, kun je in gesprek met de jongere en met andere LHBT-jongeren concreet nagaan hoe specifieke mensen op een coming out zouden kunnen reageren.
Overmatig optimisme over acceptatie
Als je zelf weinig moeite hebt met LHBT’s, heb je misschien te makkelijk het idee dat de hele omgeving er ook zo over denkt. De valkuil is dan dat je mogelijke risico’s niet ziet en het advies geeft ‘er niet zo moeilijk over te doen’. In dat geval stuur je mogelijk te snel aan op een openbare coming out. Zelfs in hoger opgeleide kringen, waar de norm is om tolerant te zijn, kunnen ouders het bijvoorbeeld moeilijk vinden als blijkt dat hun eigen kind LHBT is. En klasgenoten kunnen moeite hebben om te accepteren dat hun beste vriend die altijd naast hen zit en met wie ze op vakantie zijn geweest, LHBT is. Houd er rekening mee dat tolerantie vaak tolerantie-op-afstand is.
Per ongeluk verkeerde taal
Als je zelf als ondersteuner niet-LHBT bent, kan het voorkomen dat je toch iets zegt waarmee je per ongeluk LHBT-jongeren kwetst, zoals: ‘Ik ben zelf gewoon hetero’. Die uitspraak kan LHBT-jongeren het gevoel geven dat LHBT in jouw ogen ongewoon is. Ook hoor je vaak over transgenders dat ze ‘omgebouwd’ zouden zijn. Dat kan kwetsend zijn: ‘opereren’ of ‘in transitie gaan’ klinken een stuk menselijker. Let daarom op je woordkeuze en zorg dat die LHBT-inclusief en vriendelijk is.
Te weinig aandacht voor diversiteit in de LHBT-groep
De doelgroep van LHBT-jongeren is onderling zeer divers. Bij transgenderjongeren gaat het over gender en identiteit, bij homo-, lesbische en bi-jongeren over seksuele voorkeur. Maar ook de verschillen tussen meiden en jongens, religieuze en niet-religieuze jongeren en jongeren uit Nederlandse of uit biculturele gezinnen is levensgroot. Als je LHBT-jongeren ondersteunt, is het van belang om hier oog voor te hebben.
Labelen
Een deel van de LHBT-jongeren vinden labels zoals ‘LHBT’, ‘homo’, of ‘transgender’ niet positief. Ze willen niet ‘in een hokje gestopt worden’ of zijn er niet aan toe om hun seksuele voorkeur of genderidentiteit op zo’n manier te benoemen. Geef jongeren de ruimte om zichzelf te benoemen. Geef aan dat de LHBT-groep open staat voor iedereen: ook voor jongeren die niet-LHBT zijn. Er komen dan vaak ook jongeren op af die (nog) geen label gebruiken, maar zich wel thuisvoelen in de groep.