Transgender jongeren bereiken?

Stel: je bent een groep van homo, lesbische en bi jongeren maar niemand van je groep is transgender. En je wilt juist ook transgender jongeren bereiken. Hoe pak je dat dan aan?

Info

Er zijn meer transgender jongeren dan je waarschijnlijk denkt. Uit onderzoek van Lisette Kuyper blijkt dat ongeveer 0,6% van de Nederlanders transmeiden of transvrouwen genoemd kunnen worden. En 0,2% is transman of transjongen. Op een school met vijfduizend leerlingen zouden dan twintig transgenderjongeren zitten: vijftien leerlingen die geregistreerd staan als ‘jongens’ maar een meisje zijn, en vijf geregistreerde ‘meisjes’ die jongen zijn.

  • Transgenderjongeren lopen veel kans op negatieve reacties vanuit hun omgeving: zo staat 41% van de bevolking negatief ten opzichte van operaties om van geslacht te veranderen. Dat komt naar voren in onderzoek van Rutgers WPF.

Waarom komen ze misschien niet?

Bij transgenderjongeren gaat het niet om seksuele voorkeur maar om genderidentiteit. Hun situatie is dus anders dan die van homo-, lesbische en bi-jongeren. Als je organisatie of initiatief gerund wordt door homo, lesbische en bi jongeren die cisgender zijn is het daarom moeilijker om aan te sluiten bij transgenderjongeren. Je hebt sommige dingen gemeen met elkaar (zoals uit de kast komen, ‘anders’ zijn) maar er zijn ook veel verschillen.

Let op: een deel van de transgenderjongeren is homo, lesbisch of bi. Zij willen misschien graag komen op je activiteit, niet omdat zij transgender zijn, maar omdat zij ook homo, lesbisch of bi zijn.

Wat kun je doen?

  • Verdiep je dan allereerst in: wat betekent transgender zijn? Wat leeft er bij deze jongeren? Welke problemen komen zij tegen? Check deze verhalen van transgender jongeren:
  • Bedenk vervolgens wat je transgenderjongeren te bieden hebt: welk aanbod heb je dat bij hen past?
  • Raadpleeg altijd een deskundige van Transvisie Zorg om te kijken wat je eventueel zou kunnen doen om transgenderjongeren te bereiken.
  • Wie zich via internet aanmeldt of een formulier invult, moet vaak kiezen voor de hokjes ‘man’ of ‘vrouw’. Voor transgenderjongeren kan dit een enorme drempel zijn: voor hen is wellicht niet duidelijk in welk hokje ze horen. Als je gebruik maakt van formulieren, geef dan meerdere opties dan ‘man’ of ‘vrouw’ of vraag er niet naar.
  • Let altijd op je taalgebruik:
    • Gebruik de voornaam die een jongere zelf hanteert. Ook als je de jongere nog onder een vorige naam kent! En vraag niet zomaar naar de ‘oude naam’.
    • Gebruik die voornaamwoorden die de jongere zelf hanteert: hij, zij, hem of haar of misschien is er een sekse-neutraal alternatief waarbij de persoon zich beter voelt. Vraag wat de ander prettig vindt.
    • Neem de genderidentiteit van de jongere als uitgangspunt en dus niet de lichamelijke situatie. De zin, ‘Jij bent (of voelt je) een jongen maar je hebt nu nog het lichaam van een meisje?’ klinkt respectvoller dan: ‘Je bent dus een meisje maar voelt je een jongen?’
    • Wanneer je praat over operaties om van geslacht te veranderen, gebruik dan niet het woord ‘ombouwen’. Dat klinkt namelijk alsof je over een voorwerp spreekt. Passender zijn termen als ‘in transitie gaan’ of ‘geopereerd worden’.