Holebi-werkgroep Deurne

‘Je moet gewoon gaan doen’

Een holebi-werkgroep in een Brabants dorp

Hester Dadema werkte in het verleden bij het jongerenopbouwwerk in Deurne. Met stagiair Olaf Wesel zette zij een werkgroep op voor jongeren en volwassenen die homo, lesbisch of bi zijn: een holebi-werkgroep. Een tijdlang konden daardoor holesbi-jongeren elkaar op een laagdrem-pelige manier ontmoeten. Gewoon in hun eigen dorp. Hester blikt terug op dit succes in een Brabantse plattelandsgemeente.

Waarom ben je dit initiatief gestart?

Ik kende via mijn werk een paar jongeren die homo, lesbisch of bi waren en het daar erg moeilijk mee hadden. Ik wilde graag iets voor deze jongeren betekenen. Er was namelijk niks voor deze jongeren op het platteland. Ik ben daarom samen met een stagiair, zelf een jonge homo, een holebi- werkgroep gestart.
Hoe ben je van start gegaan?

We plaatsten een advertentie in de lokale krant waar veel reacties opkwamen. In eerste instantie van oudere homo’s, lesbiennes en bi’s. Zij gaven aan dat zij graag wat de jongere generatie wilden doen. Vervolgens kwamen er ook reacties van ouders: “Dat is wel wat voor mijn zoon”. En langzaam ging het verhaal toen rondzingen in het dorp. Want opeens was er ‘iets’! Al snel kwamen ook de jongeren zelf. Wat hielp waren mijn goede contacten als jongerenwerker met andere professionals, waaronder maatschappelijk werkers. Zij verwezen jongeren door naar onze holebi-werkgroep. En wat ook fijn was: ik had een goede naam als jongerenwerker in het dorp. Mensen vertrouwden mij waardoor de stap kleiner was om naar een bijeenkomst te komen.
Past deze taak wel bij het jongeren(opbouw)werk?

Een jongerenwerker gaat over het welzijn van jongeren. Als je er achter komt dat je als jongere LHBT-bent, is dat best zwaar, zeker op het platteland. Daarom is het logisch om iets voor deze jongeren te doen. Ik merk vaak dat veel jongerenwerkers niets voor deze doelgroep doen. Een gemiste kans!
Wat zorgde voor jullie succes?

We zijn gewoon gaan doen! Denk er niet te lang over na. Ik ben zelf heteroseksueel, dat hielp tijdens de organisatie van de bijeenkomsten. Daardoor werd ik vaak als een objectieve buitenstaander ge-zien. Het hielp mij ook om in de bijeenkomsten meer afstand te nemen tot de inhoud en beter te letten op de structuur en het verloop. Een ander succesfactor: we deden naast ontmoeting ook aan voorlich-ting. Door samenwerking met Outway, een grote homojongerenorganisatie in Eindhoven, gaven we voorlichting op scholen in Deurne. We wilden geen subcultuur creëren maar zorgen voor integratie door zichtbaar te zijn. Bijvoorbeeld door op de braderie te staan.
Hoe ben je aan geld gekomen?

Ik ben met een gemeenteambtenaar meerdere keren een borrel gaan drinken op het terras om hem te overtuigen van het nut en de noodzaak. Dat werkte! Toen bleek dat het de gemeente niet veel geld zou kosten, kon hij in het kader van gezondheidsbeleid, hierin investeren.
Wat is je belangrijke tip aan anderen die zoiets willen oppakken?

Twee tips. Geef bezoekers aan een bijeenkomst tijd en ruimte om met elkaar te kletsen. Die behoefte is er! En ga daarna pas met thema’s aan de slag. De tweede tip is: denk vooraf goed na over leeftijd van de jongeren die je uitnodigt. Wij begonnen de bijeenkomsten met jongeren van allerlei leeftijden. Je moet de groep dan op een gegeven moment opsplitsen. Uiteraard wil je voorkomen dat een jongen van 15 jaar wiens ouders jouw vertrouwen door de activiteiten gaat daten met een 40-jarige.

Over het werk van Hester en Olaf is een boekje geschreven “Homo in de hooiberg”. Deze kun je hier gratis downloaden.